De spelende manager
De vrijdag is voor mij heilig. Dan sport ik en dat probeer ik zo fanatiek mogelijk te doen. Soms ga ik zó op in de gevechtssport die ik doe, dat ik de effectiviteit van mijn acties uit het oog verlies. Niet de ander, maar vooral ík krijg dan de klappen. Mijn leraar corrigeert mij en wijst mij erop dat we slechts een spelletje aan het doen zijn. Zo’n opmerking zet mij direct met beide benen op de grond, ik krijg controle over mijn bewegingen en word weer ‘scherp’. Voor zulke ogenblikken kom ik graag steeds weer bij hem terug. Het leert mij dat speelsheid in de zin van relativeringsvermogen het synoniem is van effectiviteit.

Het paradoxale is dus dat hoe beter ik tijdens het oefenen in staat ben het spelletje te spelen, met mijn hoofd koel, hoe beter ik het echte gevecht zou kunnen winnen dat zich hopelijk nooit voordoet. Speelse leraren in de oefenzaal moet je koesteren, vind ik. Speelse leraren zijn doelgericht, maar niet krampachtig; ze zijn directief, maar niet aanvallend; ze zijn ontspannen en alert. Het zijn geen goeroes of would be goeroes. Daarvoor kunnen ze zich te goed, steeds weer, laten verrassen door nieuwe inzichten. Wie hoopt niet dat managers zulke leraren zijn? Wij weten immers wat voor winst ze opleveren: medewerkers die geïnspireerd worden de mogelijkheden in hun werk — hoe routineus of dodelijk vervelend misschien — te onderzoeken, in plaats van zich alleen maar te kunnen uitleven daarbuiten; een hogere productiviteit; een plezierige werkomgeving die je niet uitblust en ziek maakt. Kent u zulke managers? Ik wel en het is een verademing met ze te werken.


Fred Musch, Musch Consulting